Om met het paard te kunnen communiceren heeft een ruiter als hulpmiddel een bit en, via de beenhulp, de sporen. Bij een paard gebruikt men de teugels die aan het bit verbonden zijn om van richting te veranderen of om te stoppen.

Als je een bit of een spoor te heftig gebruikt kan dit pijn veroorzaken aan het paard. Voor een ruiter sporen mag gebruiken moet hij zijn zit en zijn benen goed onder controle hebben. Sporen zijn niet geschikt voor beginnende ruiters. Er bestaan verschillende soorten sporen, je moet kijken welke het meest geschikt zijn voor uw paard om een bepaalde taak uit te voeren.

Je hebt sporen die scherp zijn of bot en andere sporen zetten gewoon druk op de zijk van het paard. Je hebt sporen in verschillende vormen en lengten, de keuze wordt bepaald op basis van wat een specifiek paard nodig heeft om het aan te sporen. Je hebt ook westernsporen, daar zit er een wieltje aan het einde van de knop. Sommige sporen zijn groot en hebben veel punten terwijl andere rond en vlak zijn. Westernruiters kiezen soms hun sporen op basis van hoe ze eruitzien, veel sporen getuigen van vakwerk en zijn mooi versierd.

Engelse ruiters gebruiken dan weer heel andere sporen dan de westernruiters. Engelse sporen hebben een korte nek en een botte punt, maar sommlige Engelse sporen hebben een nek van 2,5 cm of meer, andere hebben nauwelijks een nek en zijn eigenlijk stompjes. Als men op de juiste manier met dit hulpmiddel omgaat versterken sporen de beenhulp van een ervaren ruiter en zal men het paard geen pijn doen.

Bron: Becker M., Pavia A., Spadafori G., Becker T. (2007). Why do horses sleep standing up? Florida:Health Communications Inc.