Welsh pony sectie cDoor kruisingen tussen de Welsh Cobs en de Welsh Mountain (sectie A) is de sectie C van de Welsh pony ontstaan. Deze pony's werden gebruikt in de landbouw en de kolenmijnen van Noord-Wales. Vanwege de verminderde belangstelling naar werkpaarden was het ras bijna uitgestorven. In 1949 werd het stamboek van de Welsh in sectie C opgericht.

Geschiktheid

Van oorsprong was deze pony een veelzijdige farmpony die geschikt was om te berijden en te mennen. Nu is hij vooral te zien op concoursen. Het is een goede springpon. Doet het ook uitstekend in het tuig, tijdens menconcoursen.

Uiterlijk

Goede rompdiepte, sterke borst en lendenen. Afgedraaide achterhand en schuine schouders. Zijn benen zijn kort en gespierd met weinig kootbeharing. Welgevormde harde hoeven. De lichaamsbouw is elegant en compact.

Kenmerken

De Welsh pony is veelzijdig, sterk en werkwillig. Heeft een vriendelijk karakter, is moedig, tredzeker en heeft potentiëel om te springen. De gangen zijn vrij en meestal spectaculair. Deze gezonde pony is makkelijk en economisch in de verzorging.

Stokmaat

Ongeveer 1,37 m.

Bron: Watson M., Lyon R., Montgomery S. (1999). Horse (The Complete Guide). London: Team Media Limited.