
Een Shetlandpony is geen veeleisend dier, deze pony is vrij gemakkelijk te houden en heeft niet zo veel nodig.
Soms krijgen ze te weinig of verkeerde voeding, maar meestal krijgen ze te veel voeding.
Shetlandpony's worden over het algemeen gehouden op een weiland.
In het voorjaar en in de zomer is er een overvloed aan gras. Het jonge gras heeft bovendien een hoog eiwitgehalte en is niet echt geschikt voor volwassen of niet-drachtige pony's.
Beperk dan ook de grasopname van uw pony. Een merrie die drachtig is of met een veulen mag wel wat meer gras eten en kan u in de weide laten staan. Veulens of jaarlingen krijgen soms te weinig gras of voeding om een goede ontwikkeling mogelijk te maken. De pony kan dan een dikke buik hebben, vooral in de eerste levensjaren duid dit niet op te veel eten maar juist op ondervoeding.
In perioden dat gras minder voorradig is (de winter) is hooi voor de pony de belangrijkste voedingsbron. Met hooi van goede kwaliteit, dus niet muf of stoffig, bent u al op de goede weg. Geef ook geen hooi dat net geoogst is, het hooi moet zeker een paar maand oud zijn. Als maatstaf gebruikt men 1,5 kilo hooi per 100 kilo dat uw pony weegt. Een gemiddelde Shetlandpony weegt zo'n 250 kilo en mag je dus 3,5 kilo hooi per dag geven. Je kan ook plastic balen kuilgras aankopen om te geven als voeding, deze zijn trouwens heel geschikt voor de Shetlandpony's en hebben ook een hogere voedingswaarde. Je kan er dan gerust ook een kilo minder van geven dan als je zou voederen met hooi.
Als aanvullende voeding kan je voor oudere pony's voederbieten of winterwortelen (of beide) geven. Voederbieten zijn wel wat langer houdbaar. Je kan een volwassen pony dagelijks zo'n 2,5 kilo (1 kilo per 100 kg lichaamsgewicht van de pony) geven aan voederbieten of winterwortelen, naast het hooi dat je reeds geeft. Voederbieten zijn niet zo kostbaar en bevatten veel vocht, veel vitaminen en weinig eiwitten. Zorg er wel voor dat de bieten schoon zijn, het is niet nodig om ze te snijden want de Shetlanders kauwen in de wintermaanden maar al te graag aan een grote biet. Het is trouwens prima voor de tanden en goed tegen de verveling.
Gedurende de wintermaanden kan je best aan een in de herfst gespeend veulen wat extra krachtvoer geven, 1 kilo veulenbrok of opfokkorrel per dag volstaat. Zet het veulen tijdens het oppeten van de brokken gescheiden van de andere pony's, een veulen eet namelijk heel langzaam. Veulens die enkel wat hooi of gras krijgen gaan vaak zand eten en in de winter na het spenen gaat de conditie dan achteruit. Als het veulen een dikke buik krijgt dan duid dit dikwijls op een tekortkoming in de voeding of op een worminfectie, ga er niet automatisch van uit dat het veulen te veel eten krijgt. Een pas gespeend veulen wil vaak geen winterwortelen of voederbieten eten, toch doe je er goed aan om dit regelmatig te geven. Als ze eenmaal de smaak te pakken hebben zijn ze er gek op!
Volwassen Shetlandpony's hebben normaal gezien geen nood aan krachtvoeding. Enkel als je de pony intensief gebruikt dan kan je brok voeren, maximum dagelijks 2 kilo brok per pony. Zemelen en geplette gerst zijn ideaal geschikt voor Shetlandpony's omdat deze niet veel eiwit bevatten. Voor oudere en magere pony's die niet gebruikt worden kan men slobbermeel gebruiken. Wilt u een pony met een mooie glanzende vacht dan is luzerne of een lepel vloeibare lijnzaadolie een prima aanvulling.
Drachtige merrie's, enters en merries met veulens mogen meer eiwitten tot zich nemen. Een merrie die haar eerste veulen gebaard heeft mag extra voer krijgen. Indien ze enkel gras krijgt zal ze wekelijks afvallen. Het bijvoederen mag je doen tot 2 maanden na de geboorte van het veulen. Om problemen bij de geboorte te voorkomen wordt aan het einde van de dracht best niet te veel bijgevoerd. Merriebrok of slobbermeel is het meest aangewezen voer dat je kan geven (dagelijks 1 kilo).
Elke vorm van krachtvoer is overbodig voor pony's die ouder zijn dan 2 jaar en niet worden gebruikt voor sport of fokkerij.